Edzard Mik, Bleke hemel, Uitgever Contact, 206 blz, prijs

Gevoel, verlangen en verbeelding

Deze warmbloedige en ingenieuze roman leest als een trein waarin je als lezer voort dendert langs steeds verrassende landschappen, zonder dat je tijd krijgt even rustig adem te halen. Edzard Mik is erin geslaagd zijn zinderende stijl en verteltrant die hij al in eerder werk demonstreerde ( zie bijvoorbeeld De wachters uit 2004) te vervolmaken. In Bleke hemel gaat het om Bertrand Barend, beroemd toneelspeler, die zich door zijn enigszins pathetische jeugdvriend Bob laat over halen ergens op het platteland van Bulgarije de regie op zich te nemen van Sophocles’ drama Oedipus te Colonus. Dit klinkt uiteraard te onwaarschijnlijk om waar te zijn maar Mik weet zijn verhaal zoveel psychologische en stilistische kracht te geven dat ik al mijn scepsis direct kwijt raakte. Hij zette een mooie vertelsituatie in elkaar. Bertrand (Bertje) brengt zijn vriendin Anna, ze verblijft tijdelijk in Afrika, in een brief op de hoogte van wat er allemaal gebeurd is. Die brief is het boek en deze constructie pakt wonderwel uit. Je vergeet als lezer regelmatig dat je een verslag aan een vriendin leest, je voelt je steeds direct zelf aangesproken en je gaat steeds meer meeleven met de gekwelde Bertrand, die bij nader inzien toch echt niet zo’n lieverdje is als hij zelf graag zou willen zijn. Die oude vrienden waren vroeger elkaars rivalen en de schoolvriendin waar ze allebei verliefd op waren, duikt weer op, alsof het niks is. In Bulgarije nota bene, maar ook dit weet Mik als volkomen normaal voor te stellen, je gelooft hem gewoon, ja, zo gaat het nu eenmaal met oude vriendinnen, die belanden uiteraard in Bulgarije.
De vraag is uiteraard hoe hij het voor elkaar kreeg dat ik deze roman ademloos las. Ten eerste is er zijn voortjagende stijl en daar gaat het om in een roman als deze die een kunstwerk wil zijn. Mik weet heel goed hoe je een verhaal in elkaar zet maar vooral hoe je zo’n verhaal vaart en kracht geeft. Zijn zinnen deugen niet alleen, vaak glinsteren ze van plezier, en ze jagen elkaar op als speelse jonge honden. Mik is een verteller van de bovenste plank. Er is hier helaas te weinig ruimte om uitvoerige demonstraties te geven. Neem deze zinnen: ‘Hij (bedoeld is Bob) zou naar zijn kamer gaan, zei hij. Rust nemen, een uurtje maar, een uurtje was genoeg. Zorgen mochten we ons niet maken, hij verbood ons zorgen te hebben, zijn ziekte was van hem alleen, die mochten we hem niet afnemen. Tanden in zijn onderlip, zijn vuist omhoog, halfslachtig gevouwen,’jullie moeten doorgaan met repeteren, jullie moeten er alles inleggen wat je in je meedraagt. Niet vergeten, die Griekse mythologie, dat ben je zelf!’’ Dit spettert en knettert, maar dat niet alleen, je proeft ook de scepsis van de verteller over die Bob, hij vertrouwt hem niet. Mik grossiert in originele beelden en zegswijzen: ‘Hoe ze daar stond, bleek als een mot.’ En het mannelijk orgasme krijgt van hem een verbluffend originele beschrijving: ‘Toen het in mij aangleed, begon ze te lachen.’ In mij aanglijden? Ja, dit is fraai getroffen. Ook de sfeer van het Bulgaarse platteland is zonder meer geloofwaardig, Mik heeft maar weinig beschrijvingen nodig om ons ervan te overtuigen dat we ons ergens in Bulgarije bevinden, misschien is hij er zelf nog nooit geweest, maar wat maakt dat uit. Vestdijk was ook nooit op Jamaica, maar in Rumeiland (1940) waan je je echt op dat tropische eiland! Verbeelding, dat is een van de pijlers van literatuur. Gevoel, verlangen en verbeelding, deze drie. En stijl natuurlijk. Edzard Mik weet waar het in de romankunst om gaat.

In: Leeuwarder Courant 2007