Frank Martinus Arion, De Deserteurs, De Bezige Bij, Amsterdam, 17.90.-

Circulerende ideeën

Arion vertelt in deze merkwaardig rustige en zelfs af en toe peinzende roman een verhaal rondom de onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten in 1776. Zoals vaker in zijn werk, zie bijvoorbeeld Dubbelspel(1973), brengt hij een groep individuen bijeen die verschillende standpunten rondom een politieke of maatschappelijke kwestie vertegenwoordigen. Hier gaat het om slavernij. Timothy Blincker is de zoon van een quakerfamilie uit Philadephia die in eerste instantie een pacifistisch standpunt inneemt over de komende opstand tegen Engeland. John Trotman woont bij de Blinckers in huis, is de zoon van een plantagehouder op Barbados en ‘een mooie mulattin uit Martinique, met wie zijn vader een verhouding had’. Hij verzet zich steeds meer tegen de slappe houding van de Amerikaanse patriotten over slavernij. Ook Ho Ping Wang woont bij de familie Blincker. Hij komt uit China, studeert in Amerika en is op zoek naar waarheid en gerechtigheid en meent zich daarbij te kunnen baseren op een geschrift van de Franse utopist Louis Sébastien Mercier, L’an 2440 (1770). Mercier propageert een samenleving die zich baseert op gelijkheid en op het idee van ‘een soepel draaiende gemeenschap van mensen die elkaar simpelweg niet willen aandoen wat zij zelf niet willen wat hun geschiedt’. En ten slotte is er de moslim Mohammed Sundiata, een prins uit Afrika, die als slaaf Amerika binnen gekomen is en nu asiel zoekt bij de Blinckers. Deze vier jongens discussiëren op hooggestemde toon over de komende oorlog, ze willen dat Amerika niet alleen de onafhankelijkheid uitroept maar tegelijkertijd ook de slavernij afschaft. Van dit laatste blijkt het niet te komen, de teleurstelling daarover is groot.
brede lijnen
De schrijver neemt tot bijna halverwege de roman rustig de tijd zijn vier idealisten neer te zetten, zo lees je dat niet vaak meer in onze literatuur. Breed schetst hij hun achtergrond en opvattingen, waarbij het hem niet gaat om stilistisch vertoon maar om een epische verteltrant die situaties en personen in brede lijnen neerzet. ‘De oorlogsdreiging in de lente van 1776 drong snel tot het dagelijks leven in Philadelphia door.’ Zulk soort zinnen dus. Arion werkt niet met indringende en specificerende détails omdat het hem niet te doen is om een daverend avontuur in een revolutionaire periode. Het gaat hem om de ideeën die destijds circuleerden. Is een vrijheidsoorlog altijd rechtvaardig? Kan vrijheid via geweld worden afgedwongen? Ho Ping Wang formuleert dit het meest pregnant in een klein Confuciaans aandoend gedicht: ‘De onrechtvaardige/ kan wel naar de rechter/ maar niet om recht.’
Ongeveer halverwege lijkt de roman te kantelen. Arion pakt ineens fors uit met erotische avonturen van de jongens in een louche café met een paar zwarte vrouwen. Hij gooit er overtuigend zwoel beschreven scènes tegen aan van lambada dansende en hoererende vrouwen. ‘De meisjes draaiden hun rug naar de jongelieden en begonnen staande de mannen zodanig op te hitsen dat ze met hun achterwerk een rondedans rondom hun stijve penis konden doen’. De toon van de roman lijkt plotseling te veranderen in die van het avonturenboek. Helemaal wanneer ze geronseld worden om als matroos aan boord van een Amerikaans oorlogsschip te dienen. Het ruime sop en het avontuur tegemoet, dacht ik hoopvol, maar de avonturen die ze beleven blijven sterk gerelateerd aan de gesprekken die ze in het begin van het boek met elkaar voerden. Arion wilde de paradoxen laten zien van vrijheidsstrijd. Wat voor de een vrijheid is, kan voor de ander onvrijheid betekenen: de jongens worden van hun vrijheid beroofd door Amerikaanse patriotten die dus zelf naar bevrijding streven van de Engelse overheersing. Bovendien veroorzaken diezelfde patriottische zeelieden de dood van een paar honderd slaven.
discussies
Op het schip wordt heel wat afgediscussieerd over vrijheid en gerechtigheid, en vooral over de rol van slavernij in een rechtvaardige maatschappij. Maar het avontuur is er dan jammer genoeg alweer van af. De jongens vluchten van het schip en belandden op het eiland St. Kitt, vlak bij St. Eustatius, in een utopische maatschappij van bevrijde slaven onder leiding van de sterke vrouwenfiguur Mary Ann, de ‘Koningin van Sheba’. Weer een typische Arion figuur waarmee hij zijn ideeën over vrouwen en macht kan onderstrepen. ‘De kracht die Mary Ann en de nederzetting uitstraalden was voor hen het bewijs dat er een mogelijkheid was om uit onmacht tot macht te komen.’ Deze schrijver werkt graag met dit soort voorzichtige, beschouwende zinnen, hij tast paradoxen af, mogelijkheden en onmogelijkheden en stelt vragen bij vaste denkpatronen.
De roman blijft een discussie roman. Bij de weinige keren dat het avontuur er in begon rond te waaien, zat ik naar meer te verlangen want Arion heeft beslist talent voor een lekkere vette potboiler. Geef me de volgende keer bloeddorstige piraten en een zoektocht naar een schat, geef me opstanden en voodoo rituelen, geef me een mooie kannibalentoestand op het eiland Curaçao.Laat me huiveren.

In: De Groene Amsterdammer 2006