Lieve Joris, Het uur van de rebellen, Uitgeverij Augustus, Amsterdam, 250 blz, prijs
Congo leeft

Wat weet ik van Congo? Vrijwel niets. De laatste tijd stonden berichten in de krant over verkiezingen die direct erna gevolgd werden door schiet en moordpartijen. Joseph Kabila, zoon van voormalig dictator Laurent-Désiré Kabila, schijnt nu president te zijn. Lang geleden had je de vermoorde premier Lumumba, daarna Mobutu en daarna elkaar voortdurend bestrijdende rebellengroepen. Het is maar goed dat de Belgische schrijfster Lieve Joris achter in deze voortreffelijke roman een kort Historisch Overzicht heeft gezet, anders had ik er weinig van gesnapt. Voorin staat een nuttige kaart met daarop de namen van steden en landen die je af en toe hier in de krant tegen komt. Kinshasa, Kisangali, Kigali.
Natuurlijk weet ik best dat je romans niet op hun woord moet geloven maar Lieve Joris kreeg het voor elkaar dat ik steeds het gevoel had nu eindelijk iets te gaan snappen van drijfveren en rationalisaties van al die Congolese rebellengroepen waarmee het in onze ogen nooit iets kan worden. Het lijkt of deze schrijfster er zelf bij was en er alles over weet. Onwaar is dat niet, ze reisde regelmatig door het land, kent de verhoudingen daar op een duimpje en weet heel goed dat de berichten die we hier lezen nog niet eens vijf procent weergeven van wat er aan de hand is.
Voorin schreef ze: ‘Dit boek is gebaseerd op bestaande personages, situaties en plaatsen, zonder er ooit helemaal mee samen te vallen.’ En zo voelt het ook. Ze bedacht een hoge figuur uit het rebellenleger dat in 2003 in Kinshasa de macht heeft. Deze Assani heette oorspronkelijk Zikiya, was lid van de stam Banayarwanda en woonde in het Oosten van Congo. Hij kreeg een opleiding, belandde uiteindelijk in het leger van Jospeh Kabila en steeg daar langzamerhand op tot de hogere rangen. Eerlijk gezegd begon ik steeds meer te geloven dat deze weerbarstige, eenzame en achterdochtige figuur werkelijk bestaat of bestaan heeft, zo overtuigend zet Joris zijn carrière en gedachtewereld neer.
Ineens ging Congo leven. Het blijft vreemd dat een roman zoiets tot stand kan brengen al besefte ik wel dat alleen een overtuigend schrijfster als Lieve Joris dit voor elkaar kan krijgen. Soms is het al genoeg wanneer je zinnen leest als: ‘Ze gingen vroeg op weg. In de namiddag al voelde hij de vertrouwde hitte opstijgen uit het dal. Even later dook uit het niets een wegversperring op van Mobutu-soldaten.’ De paranoia walmt je tegemoet en dat blijft het hele boek doorgaan. Assanti moet steeds voor zijn leven vrezen, iedere keer vraagt hij zich af wie zijn vrienden en vijanden zijn. Bij iedere nieuwe promotie is hij ervan overtuigd dat deze zijn dood wordt: iemand wil hem uit de weg ruimen. Joris maakt bepaald geen held van hem, ze laat doorschemeren dat hij de verschrikkelijkste dingen onderging maar ook veroorzaakte. Ze vindt hem duidelijk eerder slachtoffer dan dader, al is hij niet een soort illustratie, een metafoor van de Congolese situatie. Assani is een mens in nood, niet een embleem, dat geeft dit boek zijn kracht. En je valt van de ene verbazing in de andere over de veerkracht van mensen die onder barre omstandigheden het hoofd boven water moeten zien te houden. In een land waar niets is wat het lijkt en waar ieder moment ook dat niet meer waar is. Vergeet alle krantenberichten over Congo en lees dit boek!

in: Leeuwarder Courant