Naima el Bezaz, de verstotene, Uitgeverij Contact, Amsterdam, 254 blz. prijs
TE VEEL HOOI

Wie van drama houdt moet zo snel mogelijk deze roman lezen. In de Proloog staat een jonge vrouw op een balkon en ze overpeinst haar treurige leven, in de Epiloog aan het einde staat ze er nog. Wat is er verkeerd gegaan? Bijna te veel om op te noemen, het wordt in dit boek allemaal uitvoerig uit de doeken gedaan. Ze is tien jaar geleden letterlijk verstoten door haar Marokkaanse familie die voor een fundamentalistische versie van de islam koos, ze heeft zich ziek gemeld van haar werk, ze geeft zich over aan liederlijke zuip en vrijpartijen en ze wordt tot overmaat van ramp zwanger van een Joodse man, wat je in streng islamitische kring ook al niet erg geliefd maakt. El Bezaz schetst een waarlijk inktzwart beeld van een strenge islamitische opvoeding. Regelmatig moest ik aan de grap van cabaretier Hans Teeuwen denken die tijdens een verward maar oerkomisch betoog over de tweede wereldoorlog ineens op samenzweerderige toon tegen zijn publiek zegt: ja, die Duitsers, dat waren ook geen lieverdjes.
problemen
Ik heb het idee dat deze uitermate betrokken schrijfster veel te veel hooi op haar vork heeft genomen. Ze kaart te veel problemen aan en laat haar heldin daarbij zwelgen in verdriet en zelfmedelijden: je krijgt als lezer geen enkele kans zelf ook nog een gevoel te mogen hebben. Niets wordt aan de verbeelding van de lezer overgelaten, er wordt niet getoond maar alleen uitgelegd. ‘Ik voel me lusteloos’, staat er bijvoorbeeld, of ‘uitgeput zak ik op mijn knieën’, of ‘niets boeit me’, of ‘ik veeg mijn tranen weg’, of ‘ik voelde me moedeloos’ en dan zijn we pas op pagina 17 van dit verbluffend melodramatische boek dat verdrinkt in dit soort expliciete gevoelsuitingen. Wie geen medelijden met deze passieve, ongelukkige en zwalkende vrouw krijgt, heeft een hart van steen, moet de schrijfster hebben gedacht, maar bij mij werkt zoiets juist averechts: ik kreeg hoofdzakelijk last van mijn zenuwen en van verwilderde lachbuien bij weer een nieuw probleem. Ik ben niet zo geschikt voor dit type romans, dat speelt natuurlijk ook mee.
haast
De roman lijkt in grote haast geschreven te zijn. De zinnen zijn regelmatig net niet goed of gewoon helemaal fout. Neem op de eerste bladzijde de zin: ‘Ik begon met schrijven op de dag dat ik dacht dat ik het kon, maar slechts nog tekentjes maakte die ik overnam van muesliverpakkingen en melkkartonnen’. Dat ‘maar’ is vreemd, twee keer ‘dat’is lelijk, ‘slechts’ is raar en de mededeling kan veel korter en preciezer. Of iets verderop: ‘Ik was naïef, omdat ik daadwerkelijk geloofde dat wat je in jezelf zag, uiteindelijk vanzelf werkelijkheid zou worden.’ Weer twee keer ‘dat’, ook nog het lelijke ‘dat wat’, plus een opeenstapeling van twee keer ‘werkelijk’ en ‘uiteindelijk’. Een verschrikkelijke zin en dan heb ik het nog niet eens over wat er nu precies staat. Het barst van dit soort krukzinnen, ik ben ze aan gaan strepen en af en toe kleurden de bladzijden flink zwart. Soms nam het barre vormen aan. ‘Omdat de stress de zweetklieren had doen openbarsten, besloot ik me onder de douche flink in te zepen.’ Wat een zin! Of er staat : ‘mijn zusje, die huilde’. Het gebruik van de woorden ‘dat’, ‘want’ en ‘maar’ overwoekert soms de mededelingen.
El Bezaz gunde zich geen enkele tijd precies en helder te formuleren. Ik kreeg steeds meer het idee dat dit geen toeval is of onkunde. Ze liet zich waarschijnlijk langzamerhand zo meeslepen door haar warme gevoelens voor de ongelukkige heldin dat het haar niets meer kon schelen of haar zinnen en beelden deugden. Deze schrijfster staat voor de keuze: de politiek of de hulpverlening in, of echt schrijfster worden, maar dan ook echt gaan schrijven en niet alles ongezien optypen dat zomaar in de gedachte komt.

In: Leeuwarder Courant