WEGWEZEN
Op het hoogtepunt van de Motown-boom in de jaren zestig en zeventig, toen de hitparade uit haar voegen barstte van de Motown-sound, zaten de tekstschrijvers en componisten van de hoogtepunten bij elkaar in een reus achti ge verveloze zaal in een New Yorks flatgebouw. Om negen uur beginnen, allemaal een eigen typemachine, eigen papier en een hokje van drie bij drie. Schrijven maar. Meneer, mogen we even naar het toilet? Heb je al een nummer geschreven beste kerel? Nog niet meneer. Doorwerken maar. Ja meneer.
Die tijden zijn voorbij, componisten en schrijvers wonen tegenwoordig in luxe villa's, laten zich vervoeren in limousines en hangen de kwijlebabbel uit in nepdisco's. En aan de kwaliteit van de nieuwe hitparadenummers is het te merken ook, softe niksnummers met niksmuziek en niksteksten. Erbij-willen-horen-nummers. Bah.
Vroeger schreven schrijvers hun boeken gewoon op zolder. Een redacteur of hoe dat toen heette woonde in Parijs, dus die zag of hoorde je nooit, een brief was vier weken onderweg en dus was je helemaal aan jezelf overgeleverd. Prach tige boeken schreven ze toen, volkomen in zichzelf gekeerde boeken, wanhopige boeken waar geen mens iets mee te maken had, laat staan dat iemand van de uitgever of hoe het toen heette je lastig kwam vallen. Of je al goed op weg was met je intieme product. Of je wel veel begrip thuis ondervond, of de uitgever niet even langs zou komen. Gadverdamme, wegwezen joh.
Volgens de laatste berichten rond de Nieuwe Uitgeverij UitBarsting moeten schrijvers een «intieme relatie» met hun uitgevers onderhouden omdat ze een «intiem product» maken en alleen binnen een goeie verstandhouding met hun redacteuren iets kunnen maken. Inlegkruisjes? Schrijvers en uitgevers, dat moeten vrienden zijn. Ja, vandaar natuurlijk dat de laatste tientallen jaren vrijwel alle boeken die in Nederland verschijnen van een ongelooflijk hoog erbij-hoor-gehalte zijn, allemaal dezelfde boeken, met dezelfde zinnen en dezelfde zelfmedelijdende verhalen. Dat verreweg de meeste Nederlandse literatuur een brei is van vriendschapsboeken, van neuzelboeken, van kwijlboeken, van holaholatutholaboeken. Hoe Hoor Ik Ergens Bij. Wanneer Begrijpt Iemand Mij. Mijn Vriendin Heeft Mij Bedrogen. Ik Ben Erg Interessant. Dat heeft die nieuwe intieme relatie opgeleverd, dat begrip, dat gedoe, die onderlinge handjesplakkerij. Wat zou het laatste boek van pak weg Adriaan van Dis een schitterend boek zijn geworden wanneer hij alleen thuis had kunnen zitten, door niemand gestoord, laat staan door zijn uitgever, dat hij ook zelf niemand kon bellen, e-mailen of faxen («moet je horen wat ik nu heb geschreven»). Een vuistslag was dat boek geweest. Een vlammend, geil en gigantisch onbehoorlijk boek over studenten was het geworden.
Een intieme relatie met je uitgever. Naar het café gaan, etentjes, rondhangen, elkaar gelijk geven, de nieuwste pagina's voorlezen door de telefoon, met zijn vrouw naar bed gaan, kankeren over de andere schrijvers, zeggen dat hij je niet begrijpt, samen huilen, nog een keer met zijn vrouw naar bed gaan, dineren, zeggen dat het nieuwste boek van die en die een kutboek is, hoe-vind-je-het-einde-van-mijn-boek zeggen, je vond het toch wel mooi hè, iedere dag e-mailen van hoe-gaat-het, weer naar het café gaan, zeggen dat je zo onzeker bent, dat je gaat stoppen met schrijven, dat die en die godverdomme veel beter kan schrijven, dat je zo eenzaam bent, de nieuwste pagina's nog een keer voorlezen, met de dochter van de redacteur naar bed gaan, een extra voorschot eisen. Gadverdamme.
Vanaf vandaag gaat het anders. Geen contacten meer, stekkers uit de apparaten, telefoondraden doorgesneden. Schrijvers verzamelen iedere dag om half negen op twee plaatsen in het land. Een volkswagenbusje brengt ze naar een industrie terrein waar loodsen staan, een voor vrouwen en een voor mannen. Beginnen maar. Iedereen een eigen computer, printer en een hokje van twee bij drie met een neonlamp. Om twaalf uur gezamenlijke maaltijd; mannen bij mannen, vrouwen bij vrouwen. Om een uur weer beginnen. Aan het einde van de dag komt iemand langs die de papieren ophaalt. Heb je nu alweer niks geschreven? Eruit! Ja maar, ik had geen inspiratie en mijn vrouw voelde zich niet lekker. Wegwezen! Ja meneer.
[/i]